Leiden of afleiden?

Als je zelf leidt, dan bepaal je bewust wat het meest belangrijke is om nu te doen. Als je je laat afleiden, dan laat je je sturen door wat er om je heen gebeurt of door wat er in jezelf gebeurt.

Ik ben vaak zelf mijn grootste afleider.

Door die kleine klusjes die me steeds te binnen schieten, doordat het me maar niet lukt om te focussen op wat ik van plan was, doordat ik heel hard mijn best doe om maar niet te denken aan al die andere dingen die ik ook nog te doen heb.

En als ik in zo’n bui ben, dan laat ik me natuurlijk graag afleiden door social media of een spelletje op mijn telefoon.

Gelukkig heb ik een prima manier om toch de leiding te houden. Dat lukt omdat ik mezelf ondersteunende gewoontes heb geleerd. Wil je daar meer over weten, doe dan mee met Veertig dagen gewoontes.

Behalve door gewoontes te bouwen, kun je nog veel andere dingen doen om zelf het heft in handen te houden. Ik geef je drie tips:

1. Begin met energie
Als je weinig energie hebt, dan is het moeilijker om weerstand te bieden aan afleiding, of die nou vanuit jezelf of van buitenaf komen. Begin daarom om je energie te verhogen. Goed eten, slapen en bewegen zijn de eerste acties. Maar er is meer dat je kunt doen.

Maak ruimte voor activiteiten waar je energie van krijgt, maak tijd voor jezelf. Ga gewoon een uurtje aan je hobby zitten, neem de tijd voor een kopje koffie of ga mediteren. Dat is geen verloren tijd, het is tijd die je hard nodig hebt om de dingen die moeten aan te kunnen. Je wint het dus zo weer terug, omdat je daarna sneller aan de slag kunt

2. Plan een klussenuur
Kleine klusjes die je opeens te binnen schieten, kunnen enorm afleiden van die grote klus waar je mee bezig bent. Alles doen op het moment dat je er aan denkt, is geen oplossing, dan kom je niet snel meer aan iets anders toe.

Er komt namelijk nooit een einde aan al die kleine dingen. Er is altijd wel een boodschap te doen, een was te draaien, een rekening te betalen of een cadeau te kopen.

Wat wel helpt is als je kleine klussen bundelt en inplant. Dan weet je dat je er aan toe komt. Dat geeft op zich al meer rust. Als je dan iets te binnen schiet, dan zet je het meteen op je klussenlijst en ga je weer verder waar je mee bezig was.

Als het tijd is voor je klussenuur, dan doe je zoveel mogelijk van de lijst, van boven naar beneden, tenzij er acties bij zitten die per se vandaag moeten, zoals een cadeautje kopen voor iemand die morgen jarig is.

Is het uur voorbij, dan stop je. Morgen weer verder.

3. Werkt het niet? Doe het anders
Sommige dingen werken en andere werken niet. Als je ergens mee start, dan weet je dat niet altijd meteen. Daarom is het handig om alles eerst uit te proberen. Misschien wil je een klussenuur aan het einde van de dag doen, maar merk je dat je er dan nooit aan toe komt. Kijk dan wat er gebeurt als je het op een ander moment doet, bijvoorbeeld net na de lunch. Of je denkt dat je energie krijgt van wandelen, maar je merkt dat je na een wandeling niets meer doet. Ga dan aan het einde van de dag wandelen en niet aan het begin.

Probeer daarom altijd uit wat voor jou werkt. Doe iets een tijdje en evalueer dan of het werkt. Werkt het? Ga zo door. Werkt het niet zoals je dacht? Verander iets en kijk dan of het beter werkt.

Daarom duurt het programma over gewoontes veertig dagen. Dat geeft je de tijd om uit te vinden wat werkt en om je nieuwe gewoonte bij te stellen als het niet werkt. Zo bereik je wat voor jou belangrijk is. Het nieuwe jaar is een perfect moment om te starten met gewoontes. Daarom begint op 6 januari 2020 Veertig dagen gewoontes. Zo vergroot je de kans aanzienlijk dat je je goede voornemens dit keer wel kunt volhouden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

AlphaOmega Captcha Classica  –  Enter Security Code